Proloog

Rond de eeuwwisseling verloor het baanwielrennen bijna alle aandacht. Tussen 1901 en 1906 werden zelfs geen Belgische Kampioenschappen op de baan georganiseerd bij gebrek aan toeschouwers. De bourgeoisie kreeg meer interesse voor de ontluikende autosport terwijl de gewone burger het uit Engeland opkomende voetbal ontdekte. Anderzijds maakte het wielrennen op de weg een stijle opgang, in het bijzonder de kermiskoersen (wedstrijden tijdens dorps- en wijkfeesten).
Toch hielp Karel in 1908 de Velodroom, gelegen langs de Bruggestraat in Torhout, mee oprichten en werd er een jaar later na de opening op 16 mei 1909 beheerder.
 

De eerste Ronde

Op 25 mei 1913 organiseerde Sportwereld als publiciteitsstunt de eerste Ronde van Vlaanderen met Leon Van Den Haute als verantwoordelijke voor de organisatie terwijl Karel Van Wijnendaele de public relations verzorgde. De Ronde werd in Gent georganiseerd met de start aan de fietsenzaak van Frans Demeunynck in de volkse wijk aan de Rooigemlaan en aankomst op de houten velodroom van Oscar Braeckman (de latere oprichter van het Kuipke) nabij het Maurice Claeysplein op de Brugsesteenweg te Mariakerke (zie foto).



       De velodroom van Mariakerke – © Archief Luc Fortie Marka

De keuze voor deze start- en aankomstplaats was geen toeval, want in hetzelfde jaar organiseerde de stad Gent in de zuidelijke randgemeente Sint-Pieters-Aalst (van het Citadelpark tot aan De Pintelaan) de Wereldtentoonstelling van 26 april tot 3 oktober.
Bij de start riep hij de 37 deelnemers gevolgd door vijf volgwagens de historische woorden toe :

'Heren vertrekt !'

In tegenstelling met het huidige parcours met de finale in de heuvelzone van de Vlaamse Ardennen liep de eerste Ronde van Vlaanderen over een vlak traject van 324 kilometer, de moeilijkheidsgraad werd bepaald door de lange afstand en de slechte staat van de wegen die hoofdzakelijk uit kasseien bestonden.
In 1913 en 1914 werd de Ronde in wijzerszin gereden en deed alle grote steden aan van de provincies Oost- en West-Vlaanderen : Gent, Sint-Niklaas, Aalst, Oudenaarde, Kortrijk, Roeselare, Veurne, Oostende, Torhout en Brugge.
In 1914 kwamen 47 renners aan de start met na 280 kilometer wedstrijd aankomst op de Velodroom van Deeske Poorter te Evergem (nu Velodroomstraat).

De imperialistische buitenlandse politiek van de Europese grootmachten en toenemende spanningen die aan de Eerste Wereldoorlog voorafgingen vormden echter een ernstige bedreiging voor het voortbestaan van de Ronde.
 

Den Grooten Oorlog

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden geen Rondes op de weg georganiseerd. Vele wielrenners bevonden zich aan het front of waren naar het buitenland gevlucht.
De Duitsers verboden alle sportmanifestaties en de overgebleven wielrenners mochten in het Etappengebied (in de provincies Oost- en West-Vlaanderen) door een verbod van de plaatselijke Duitse commandanten de gemeentelijke grenzen niet zonder schriftelijke toelating overschrijden.

Op 20 mei 1915 moest de Belgische Wielerbond alle wielerwedstrijden op velodrooms verbieden, wat hevig protest teweeg bracht. Het verbod op vermakelijkheden werd opgeheven maar torenhoge belastingen legden een zware druk op de overlevingskansen van de velodrooms en het baanwielrennen.


Het Volk 25.07.1916

Op 22 augustus 1915 werd wel nog een soort namaakwedstrijd van de Ronde met een afstand van 150 km ingericht op de wielerpiste van Evergem, en ook op 23 juli 1916 ging de Ronde door op de velodroom van 't Arsenaal in Gentbrugge.  Maar na de verordeningen van 20 september, die stelden dat het gebruik van de fiets enkel nog kon voor professionele doeleinden en mits schriftelijke toelating van de Duitse overheid, de fietsen en rubberbanden opgeëist werden voor de Duitse strijdkrachten, kreeg het Belgische baanwielrennen uiteindelijk de fatale doodsteek. Door de alsmaar toenemende armoede bij de bevolking kregen de beheerders hun velodrooms nog nauwelijks gevuld en door gebrek aan financiële middelen konden ze de pistes niet meer onderhouden. Meerdere velodrooms kwamen in verval en sloten uiteindelijk de deuren, het hout werd verkocht of gestolen om te verbranden zoals de velodrooms van Aalst en Mariakerke.
 

De Ronde groeit

Enkele maanden na het einde van de Eerste Wereldoorlog richtte Karel in 1919 opnieuw de Ronde in met een parcours dat in tegenwijzerzin werd gereden waarbij Brugge als eerste stad werd aangedaan. De inschrijving en start vonden plaats in Café Sportman op de Brugsesteenweg te Mariakerke (zie foto) en de wedstrijd werd op gang gevlagd op de Brugsevaart richting Eeklo. De Kwaremont en Tiegemberg werden als eerste hellingen in het parcours opgenomen, de aankomst was op de Velodroom van 't Arsenaal op de Brusselsesteenweg in Gentbrugge bij Gent.
 


Vertrek op de Brugsesteenweg met Karel rechtstaand in de volgwagen (1923) © Archief Luc Fortie Marka

Tijdens de jaren twintig had de Ronde enkel succes in België, het werd immers op dezelfde dag gereden als Milaan-San Remo waardoor er geen bekende buitenlandse renners aan de start kwamen.
Vanaf 1920 tot 1938 werd tussen Blankenberge en Oostende de kustlijn gevolgd waarbij de zeewind een eerste schifting in het peloton bracht, bovendien moesten de renners landinwaarts richting de Vlaamse Ardennen in waaiers rijden.

Eind de jaren twintig werden naast de Tiegem en Kwaremont de Edelare en Kruisberg beklommen, vanaf 1928 arriveerde de Ronde in Wetteren. In de jaren dertig werd de Ronde een week voor Parijs-Roubaix georganiseerd met als gevolg dat deelname van de beste buitenlandse renners wel verzekerd was.

Door de aanleg van de Atlantic Wall door de Duitse bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog moest de kustzone vermeden worden terwijl de aankomsten in 1942, 1943 en 1944 tijdelijk verplaatst werden naar 't Kuipke in Gent.

In 1947 werd door de organisatoren van de belangrijkste wielerwedstrijden, de kranten L'Equipe, La Gazetta dello Sport, Het Nieuwsblad-Sportwereld en Les Sports de Challenge Desgrange-Colombo in het leven geroepen. De Ronde maakte samen met de belangrijkste eendagsklassiekers zoals Milaan-San Remo, Parijs-Roubaix, Waalse Pijl, Parijs-Brussel, Parijs-Tours en de Ronde van Lombardije en rittenwedstrijden zoals de Giro en Tour de France deel uit van dit regelmatigheidscriterium.
Later volgden de Ronde van Zwitserland (1949), Luik-Bastenaken-Luik (1951) en de Vuelta (1958).

In 1950 werd voor de eerste keer de Muur van Geraardsbergen beklommen. Van 1962 tot 1964 werd de aankomst naar Gentbrugge verplaatst, en vanaf 1965 eindigde de Ronde in Merelbeke.
 

De Ronde wordt een monument

De Ronde groeide samen met de kasseiklassieker Parijs-Roubaix verder uit tot de wielermonumenten van het voorjaar terwijl de Trofee Desgrange-Colombo opgevolgd werd door de Super Prestige Pernod (1961), FICP/UCI Wereldranglijst (1987), Wereld-beker (1988), UCI Pro Tour (2005) en UCI World Tour (2011).
 


Rik Van Steenbergen te voet op de Muur in de Ronde van 1951.

In de jaren zestig verbeterde de staat van de wegen die voordien hoofdzakelijk uit kasseien bestonden. Men zocht dus een oplossing om de moeilijkheidsgraad te behouden. Het zwaartepunt van de Ronde verplaatste zich meer en meer naar de Vlaamse Ardennen waarbij het aantal hellingen in het parcours toenam. Vanaf 1973 werd de aankomst in Meerbeke bij Ninove georganiseerd.

In 1976 verhuisde de organisatie van de Ronde na het faillissement van de Standaardgroep mee naar de Vlaamse Uitgeversmaatschappij (VUM), dat in 2006 een nieuwe naam kiest, Corelio Publishing NV. In 1977 verhuisde de startplaats van de Ronde van Gent naar Sint-Niklaas, het aantal hellingen ging stelselmatig omhoog van 10 in 1980 naar 15-16 vanaf 1993. Toen in 1998 de start in Brugge terecht kwam werd terug een passage langs de westkust in het parcours gelast.
 

De 21ste eeuw - UNESCO Werelderfgoed

Eind 2008 verkocht Corelio de Ronde van Vlaanderen aan de holding De Vijver Media groep (Wouter Vandenhaute, Erik Watté) en werd de Ronde samen met de andere Vlaamse wielerklassiekers Omloop Het Nieuwsblad, Dwars door Vlaanderen, Gent-Wevelgem, Scheldeprijs en Brabantse Pijl ondergebracht in Flanders Classics NV.

In 2010 lanceerde de burgemeester van Brugge Moenaert het idee om de Ronde van Vlaanderen te laten beschermen door de UNESCO als immaterieel cultureel werelderfgoed.

In 2012 werd de finale drastisch gewijzigd : de aankomst werd van Meerbeke naar Oudenaarde verplaatst en de twee laatste hellingen, de Muur van Geraardsbergen en Bosberg, werden uit het parcours geschrapt, wat een enorme storm van protest op gang bracht.
 

De Erfenis van Karel

Karel verhief de Ronde tot de wielerhoogmis van Vlaanderen, en ligt aan de grondslag van het grote succes van de Ronde en het wielrennen in ons land. Hij hielp de Trofee Desgrange-Colombo mee oprichten en stond daarmee aan de wieg van de huidige UCI-Protour en de populariteit dat het wielrennen vandaag geniet.

Hij voorspelde destijds :

"De Ronde is de bedevaart van de Vlaamse Sportgedachte, de triomftocht van de Vlaamse spierkracht.
Wij zullen verdwijnen en vergaan. De Ronde zal blijven en groeien."


 



Externe Linken




Officiële website van de UCI ProTour wedstrijd Ronde van Vlaanderen.

Ronde van Vlaanderen »







Meer over de Ronde van Vlaanderen op Wikipedia.

Wikipedia »










Belevingsmuseum over de Ronde van Vlaanderen in Oudenaarde met een uitgebreid archief aan beeld- en geluidsmateriaal, en thematentoonstellingen.

Centrum Ronde Van Vlaanderen »