In den Beginne

Carolus Ludovicus Steyaert werd op 16 november 1882 geboren in Torhout nabij Brugge als 5de in een gezin met 15 kinderen. Zijn vader Petrus Steyaert baatte een herberg uit, De Hertog van Wellington, gelegen in de Oostendestraat te Torhout.
Tijdens de zomer van 1884 overleed zijn vader op 38-jarige leeftijd. Een jaar later hertrouwde zijn moeder, Ludovica Defever, met landbouwer Richard Defreyne en verhuisde met haar gezin naar het gehucht Wijnendale, in de onmiddellijke nabijheid van het kasteel van Wijnendale.

Leerplicht bestond toen nog niet, kinderen liepen tot hun twaalfde school en gingen dan werken. De onderpastoor van de Sint-Aloysiusschool die het ontluikend talent van Karel herkende, wist zijn moeder toch te overtuigen om hem nog twee jaar verder te laten studeren en hem pas vanaf zijn veertiende te laten werken.
Toen moest hij zijn vader helpen op het land maar later verhuisde hij naar Oostende en nam er verscheidene baantjes aan van boodschappenjongen bij een apotheker, loopjongen in een winkel en programmaverkoper in het Scalatheater.
Twee jaar later werkte hij als koetsier in Brussel.

Na de eeuwwisseling wou hij de wereld zien en wou als scheepsjongen aan de slag bij de Red Star Line, maar keerde toch terug naar Torhout waar hij een baan aangeboden kreeg als notarisklerk. Dit bood hem de kans om verdere studies te volgen in het avondonderwijs.

De grootste teleurstelling

Karel probeerde het ook waar te maken als wielrenner van 1902 tot 1905. En alhoewel hij één overwinning en enkele ereplaatsen behaalde zou hij bij gebrek aan talent toch niet verder geraken dan het niveau van een veredeld amateur.
Voor Karel was het de grootste ontgoocheling van zijn leven te moeten vaststellen dat "ik doorgaans toekwam toen de prijzen al verdeeld waren".


Ontluikend talent

Naast de liefde voor de fiets hadden de twee extra jaren studie in hem een nieuwe interesse losgeweekt : literatuur.
Karel ontdekte de kracht van de taal en als jonge adolescent schreef hij reeds teksten voor allerhande gelegenheden, van poëtische gedichten voor geboorte- of jubelfeesten tot voordrachten en redevoeringen voor verenigingen.
De passie voor taal en doorzettingsvermogen zouden het verdere verloop van zijn leven bepalen.
"Ik leerde met de pen zoeken wat ik met de benen niet vond", aldus Karel.